![]() |
links: |
|
|
Alles in orde? In het laatste geval hebben we het over de schilderijen van
Eric de
Nie, Helmuth van Galen en Jan Polak. Hoewel de werken qua verftoets en
sfeer verschillen, laten ze toch een duidelijke verwantschap zien. Het
gaat bij de drie kunstenaars namelijk altijd om ordening; niet de
laatste reden waarom ze hun expositie "Alles in orde hebben"
genoemd.
Bij Polak bijvoorbeeld is elk werk een op zichzelf staande exercitie
van herhalende motieven. Hij schildert zijn beeldelementen daarbij
zodanig dat die met elkaar versmelten of juist van elkaar wegzwemmen. nov. ’01 Renee Borgonje Uitkrant Haarlems Dagblad |
||
|
Helmuth van Galen: Degelijkheid zorgt ervoor dat je volhoudt
Van Galen begon zijn artistieke ontdekkingsreis met
natekenen.Dat begon
op ongeveer veertienjarige leeftijd. Het ging
er toen om te overwinnen wat je ziet. In die tijd trok ik er dagelijks
op uit om te tekenen, en later schilderen. Na mijn opleiding tot
onderwijzer heb ik een jaar per fiets Frankrijk rondgetrokken. Ik
werkte her en der, schilderde en verkocht mijn werk op markten. Na twee
jaar op de Gerrit Rietveld Academie heb ik een opleiding tot leraar
schilderen voltooid aan de
Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam. De academie was mijn
huiskamer, mijn atelier, waar ik heel wat avonden doorwerkte. Ik
realiseerde me toen al dat ik geen docent wilde worden, maar
zelfstandig kunstenaar. Schilderen was voor mij het allerbelangrijkste.
Toch geef ik nu nog steeds drie dagdelen in de week les aan volwassen
amateurschilders.’ Al snel wist Van Galen dat hij zich met zijn werk wilde
richten op de
uitdieping van één vast thema. ‘In het begin schilder je
vooral alles wat je vindt en meemaakt van je af. Maar op een gegeven
moment vroeg ik mezelf af wat ik nou echt wilde en wat bij mij hoort.
Ik wil niet lukraak Het gaat Van Galen in zijn werk alleen om de ruimte en niet
om het
bijbehorende interieur. ‘In het begin waren de ruimtes die ik
schilderde nog redelijk herkenbaar, maar in latere werken laat ik de
herkenbare elementen, zoals een tafel en een balk, steeds
meer los. Wat ik namelijk wil is de kern laten zien van een ruimte,
zonder alle franje , zonder afleiding. De verschillende losse
elementen uit de ruimte werden vervolgens kleurvlakken, die meer
‘to-the-point’ waren. Het beeld dat ontstond werd dus abstracter en
kleuriger. Het werk krijgt daarbij een bepaalde spanning door het
gebruik van licht en kleur en ook door het ritme van de banen die
ontstaan door de verschillende kleurvlakken en lijnen. Het derde thema, waar Van Galen zich vanaf 2002 mee bezig
houdt heeft
de werktitel: "Buitenruimte". In dat jaar deed ik mee aan een
tentoonstelling dat als onderwerp had: zicht op Haarlem. Eerst wist ik
me daar geen raad mee, want ik schilderde binnenruimtes en geen
landschappen. Toch kreeg ik op een gegeven moment de smaak te pakken en
sindsdien heb ik het thema buitenruimte niet meer kunnen loslaten. Ik
schilder verstilde vergezichten in gestapelde, horizontale banen.
Kleur, licht en diepte geven de landschappen -bijvoorbeeld een
polderlandschap of een kustlijn- hun eigen karakter en sfeer: Van Galen gaat op een heel degelijke en gestructureerde
manier om met
zijn werk. ‘Ik dwing mezelf er al jaren toe me altijd en Van Galen heeft er soms best moeite mee zijn werk los te
laten. ‘Ik ben
dag en nacht met mijn schilderijen bezig. Gelukkig leer je in de loop
der tijd meer in minder tijd te doen. Maar
ik doe ook nog wel dingen naast het schilderen hoor, zoals sporten,
lezen, lesgeven en ook zit ik in het bestuur van twee
kunstenaarsverenigingen.’ Bezig zijn met schoonheid is één van de dingen
die Van
Galen zo mooi vindt aan het vak. ‘En de relatieve vrijheid. Die
vrijheid is echter wel beperkt, omdat je jezelf toch verplichtingen
oplegt. Maar eigen baas zijn is heerlijk. Wat ik af en toe vervelend
vind aan het vak is dat ik soms de neiging heb of me gedwongen voel om
mijn werk te moeten uitleggen of verdedigen. Dat ik moet vertellen dat
een thema of werkwijze een keuze is en een complexere achtergrond heeft
dan wel eens gedacht wordt. Kijken en waarderen is niet alleen een
kwestie van smaak,je moet dit ook leren en ontwikkelen.’ Van Galen hecht er veel waarde aan zijn weg te volgen. Zoals bij de meeste startende kunstenaars het geval is, was het schilderen in het begin geen vetpot voor van Galen. Toch kon hij al na zo’n vijf jaar van zijn werk leven.’ In het begin van mijn carrière was ik nog redelijk naïef. Ik dacht dat als ik goede schilderijen zou maken, het succes vanzelf zou komen. Wat dat betreft heb ik mijn realiteitszin bijgestuurd. Ik heb nu niet meer de illusie dat ik volgende week in het Stedelijk Museum zal hangen. Ik zou op commercieel gebied veel actiever kunnen zijn. Daar probeer ik nu meer werk van te maken. Tot nu toe is alles namelijk op me afgekomen. Zo ben ik bijvoorbeeld een paar keer genomineerd voor een aantal kunstprijzen. En ook heb ik eens op verzoek meegewerkt aan een kinderprogramma van Teleac. Ik moest toen uitleggen aan kinderen hoe het is om schilder te zijn. Dit soort nevenactiviteiten zijn erg leuk om te doen’. Signaal maart 2003 Linda Jansen, uitgave Staalbankiers
|
||
|
Interieur als thema bij expositie De Galerie BEELDENDE KUNST • RECENSIE AART VAN DER KUYL |
||
|
‘Ieder schilderij heeft een eigen bloedsom loop’ Haarlems Dagblad 22-2-01, Monica Aerden |
||
| top | home | |