texel

links:
Galerie Posthuys
de Koog
Texel 2006

home

terug

Alles in orde?
Architectuur is meer dan bouwen alleen Het heeft evenzeer te maken met het inrichten en ordenen van de (openbare) ruimte. In het ABC Architectuurcentrum zijn twee exposities te zien die - weliswaar met een verschillend uitgangspunt -dit aspect van ruimtelijke ordening belichten. De een gebaseerd op het concrete stadsbeeld van Haarlem, de ander met als startpunt een maagdelijk wit doek.

In het laatste geval hebben we het over de schilderijen van Eric de Nie, Helmuth van Galen en Jan Polak. Hoewel de werken qua verftoets en sfeer verschillen, laten ze toch een duidelijke verwantschap zien. Het gaat bij de drie kunstenaars namelijk altijd om ordening; niet de laatste reden waarom ze hun expositie "Alles in orde hebben"  genoemd. Bij Polak bijvoorbeeld is elk werk een op zichzelf staande exercitie van herhalende motieven. Hij schildert zijn beeldelementen daarbij zodanig dat die met elkaar versmelten of juist van elkaar wegzwemmen.
Eric de Nie doet met zijn veel strakkere lijnpatronen in feite hetzelfde. Vlak en lijn verworden. bijna tot een monotoon raamwerk, waarbij De Nie de omkadering een zelfde intensiteit meegeeft als het omlijste vlak.
De schilderijen van Helmut van Galen laten zich het beste omschrijven als abstracte interieurs. De gekleurde verticale banen, panelen eigenlijk, creëren complexe doorkijken en doen meer achterliggende ruimtes vermoeden. Geen feitelijke kamers, maar eerder imaginaire ruimteverdelingen. De kracht van de suggestie misschien, maar de diepte voel je daadwerkelijk.

nov. ’01 Renee Borgonje Uitkrant Haarlems Dagblad

top

terug

Helmuth van Galen: Degelijkheid zorgt ervoor dat je volhoudt


Huiskamer

Van Galen begon zijn artistieke ontdekkingsreis met natekenen.Dat begon op ongeveer veertienjarige leeftijd. Het ging er toen om te overwinnen wat je ziet. In die tijd trok ik er dagelijks op uit om te tekenen, en later schilderen. Na mijn opleiding tot onderwijzer heb ik een jaar per fiets Frankrijk rondgetrokken. Ik werkte her en der, schilderde en verkocht mijn werk op markten. Na twee jaar op de Gerrit Rietveld Academie heb ik een opleiding tot leraar schilderen voltooid aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam. De academie was mijn huiskamer, mijn atelier, waar ik heel wat avonden doorwerkte. Ik realiseerde me toen al dat ik geen docent wilde worden, maar zelfstandig kunstenaar. Schilderen was voor mij het allerbelangrijkste. Toch geef ik nu nog steeds drie dagdelen in de week les aan volwassen amateurschilders.’
Vast thema

Al snel wist Van Galen dat hij zich met zijn werk wilde richten op de uitdieping van één vast thema. ‘In het begin schilder je vooral alles wat je vindt en meemaakt van je af. Maar op een gegeven moment vroeg ik mezelf af wat ik nou echt wilde en wat bij mij hoort. Ik wil niet lukraak
wat schilderen.’ Het eerste thema waar van Galen zich op richtte was ‘Archipaints’, een combinatie van architectuur en ‘painting’. Hij schilderde bijvoorbeeld de structuur van een gebouw met grote kleurvelden en lijnen erin. In de loop der tijd werden deze gebouwen met kleurvelden echter binnenruimtes. ~Ik had toen een atelier in een oude molen in Heemstede en die ‘binnenruimte’ is een aantal jaar mijn inspiratiebron geweest. Ik schilderde de ruimte niet na, maar gebruikte delen ervan. Vervolgens vormde ik deze delen om tot een nieuw geheel. Dit deed ik uit mijn hoofd en van tevoren wist ik ook niet wat het eindresultaat zou worden. Het beeld ontstond.’
Kleurvlakken

Het gaat Van Galen in zijn werk alleen om de ruimte en niet om het bijbehorende interieur. ‘In het begin waren de ruimtes die ik schilderde nog redelijk herkenbaar, maar in latere werken laat ik de herkenbare elementen, zoals een tafel en een balk, steeds meer los. Wat ik namelijk wil is de kern laten zien van een ruimte, zonder alle franje , zonder afleiding. De verschillende losse elementen uit de ruimte werden vervolgens kleurvlakken, die meer ‘to-the-point’ waren. Het beeld dat ontstond werd dus abstracter en kleuriger. Het werk krijgt daarbij een bepaalde spanning door het gebruik van licht en kleur en ook door het ritme van de banen die ontstaan door de verschillende kleurvlakken en lijnen.
Landschappen

Het derde thema, waar Van Galen zich vanaf 2002 mee bezig houdt heeft de werktitel: "Buitenruimte". In dat jaar  deed ik mee aan een tentoonstelling dat als onderwerp had: zicht op Haarlem. Eerst wist ik me daar geen raad mee, want ik schilderde binnenruimtes en geen landschappen. Toch kreeg ik op een gegeven moment de smaak te pakken en sindsdien heb ik het thema buitenruimte niet meer kunnen loslaten. Ik schilder verstilde vergezichten in gestapelde, horizontale banen. Kleur, licht en diepte geven de landschappen -bijvoorbeeld een polderlandschap of een kustlijn- hun eigen karakter en sfeer:
Uiteindelijk wil Van Galen met zijn werk een na—beleving van een ruimte creëren. ‘Een schilderij moet een niet specifieke, maar wel voor iedereen herkenbare ruimte oproepen. Schilderen is een indirecte of vertraagde vorm van communiceren. Ik wil schilderijen maken die mensen herkennen en begrijpen, maar die ze ook verrassen. Dat ze spontaan roepen dat ze het zo nog niet bekeken hadden. Elk werk moet prikkelen; het moet meer zijn dan alleen een mooi landschap.’
Degelijkheid

Van Galen gaat op een heel degelijke en gestructureerde manier om met zijn werk. ‘Ik dwing mezelf er al jaren toe me altijd en
alleen met dat ene thema ruimte bezig te houden. Hierin ben ik heel gedisciplineerd. Ik laat niets anders toe. Er moet een bepaalde rode draad zijn waaraan ik mijn werk ophang. Ik dwing mezelf er ook toe om zo geregeld mogelijk te werken. Die degelijkheid, die lange adem is een noodzakelijkheid voor mij. Ik kan ook heel lang bezig zijn met een schilderij. Ik geef niet op voordat het goed is.’
Van Galen realiseert zich wel dat hij zich beperkt door zich altijd maar op hetzelfde thema te richten. ‘Je beperkt je aan de ene kant, maar beperking betekent voor mij ook verdieping. Hoe langer je immers aan een thema werkt, des te moeilijker en uitdagender het wordt. Je kunt jezelf namelijk niet herhalen en je moet steeds dieper gaan,jezelf steeds weer verbeteren. Knelpunten moeten uit de weg worden geruimd. Zo leer je je eigen zwakheden kennen. Je wordt ook steeds kritischer. Soms iets té kritisch. Op die momenten ben ik ook niet altijd even prettig in de omgang voor mijn omgeving.’
Dag en nacht kunstenaar

Van Galen heeft er soms best moeite mee zijn werk los te laten. ‘Ik ben dag en nacht met mijn schilderijen bezig. Gelukkig leer je in de loop der tijd meer in minder tijd te doen. Maar ik doe ook nog wel dingen naast het schilderen hoor, zoals sporten, lezen, lesgeven en ook zit ik in het bestuur van twee kunstenaarsverenigingen.’
Mooi vak

Bezig zijn met schoonheid is één van de dingen die Van Galen zo mooi vindt aan het vak. ‘En de relatieve vrijheid. Die vrijheid is echter wel beperkt, omdat je jezelf toch verplichtingen oplegt. Maar eigen baas zijn is heerlijk. Wat ik af en toe vervelend vind aan het vak is dat ik soms de neiging heb of me gedwongen voel om mijn werk te moeten uitleggen of verdedigen. Dat ik moet vertellen dat een thema of werkwijze een keuze is en een complexere achtergrond heeft dan wel eens gedacht wordt. Kijken en waarderen is niet alleen een kwestie van smaak,je moet dit ook leren en ontwikkelen.’
Eigen ding

Van Galen hecht er veel waarde aan zijn weg te volgen.
Daarom doe ik wel solo- en groeps-exposities, maar werk ik niet voor opdrachtgevers. Dan is het namelijk lastiger me continu op mijn thema te blijven richten. ’Wat Van Galen in de toekomst zal schilderen weet hij nog niet. ‘De toekomst is wat zich aandient. Ik denk echter wel dat ik me altijd met het thema ruimte zal bezighouden. In welke vorm dat zal zijn weet ik nog niet, want waarschijnlijk zal ik op een gegeven moment wel uitgekeken zijn op het schilderen van landschappen. Het zal echter een uitvloeisel zijn van wat ik daarvoor heb gedaan. Het allerbelangrijkste voor de toekomst vind ik dat ik kan blijven schilderen. Dat geeft mij voldoening. Ik hoef geen miljonair te worden. Het lijkt me echter wel leuk om het schilderen te gaan combineren met reizen, bijvoorbeeld door meer mee te doen aan tentoonstellingen in het buitenland.’
Vetpot

Zoals bij de meeste startende kunstenaars het geval is, was het schilderen in het begin geen vetpot voor van Galen. Toch kon hij al na zo’n vijf jaar van zijn werk leven.’ In het begin van mijn carrière was ik nog redelijk naïef. Ik dacht dat als ik goede schilderijen zou maken, het succes vanzelf zou komen. Wat dat betreft heb ik mijn realiteitszin bijgestuurd. Ik heb nu niet meer de illusie dat ik volgende week in het Stedelijk Museum zal hangen. Ik zou op commercieel gebied veel actiever kunnen zijn. Daar probeer ik nu meer werk van te maken. Tot nu toe is alles namelijk op me afgekomen. Zo ben ik bijvoorbeeld een paar keer genomineerd voor een aantal kunstprijzen. En ook heb ik eens op verzoek meegewerkt aan een kinderprogramma van Teleac. Ik moest toen uitleggen aan kinderen hoe het is om schilder te zijn. Dit soort nevenactiviteiten zijn erg leuk om te doen’.

Signaal maart 2003 Linda Jansen, uitgave Staalbankiers

 

top

terug

Interieur als thema bij expositie De Galerie
De ‘nachtstukken’ van Helmuth van Galen

De ‘nieuwe’ Haarlemse galerie De Galerie aan de Gedempte Oude Gracht had haar deuren nog niet geopend of ze presenteerde zich al zeer stoer op de KunstRal met gerenommeerde kunstenaars als Fons Brassers, Helmuth van Galen en Leon Spierenburg. Galeriehoudster Anita Spierenburg had met haar vorige galerie (Galerie Westkolk, Spaarndam) al eens op de Holland Art Fair gestaan, maar die beurs stond haar niet aan. De prestigieuze KunstRai bleek een peukenschil voor haar. ,,Ik meldde me aan bij de organisatie en we werden direct geaccepteerd.” Spierenburg wil in beginsel figuratieve kunst brengen in de brede zin van het woord. Momenteel heeft ze een solo-expositie van Helmuth van Galen, een van Haarlems beste schilders.
Alweer een jaar of drie heeft Helmuth van Galen de binnenruimte oftewel het interieur als thema. Daarvoor heeft hij zich jarenlang aan het thema ‘natuur/structuur’ gewijd. Het spoor van het constructivisme heeft hij echter nooit verlaten. Zijn huidige schilderijen hebben hem al twee nominaties voor een kunstprijs opgeleverd, respectievelijk een Duitse internationale prijs en een prijs van de gemeente Kampen, èn ze waren tijdens de Haarlemse gemeenteaankopen van een paar jaar geleden ‘publiekslieveling’.
Van Galen gebruikt liters terpentine om de ‘olie’ uit de olieverf te halen. Die perst hij er als het ware uit. Hij moet dan ook alle ramen open doen om geen acute vergiftiging op te lopen. Van Galens werkwijze verklaart de matte verschijning van zijn olieverfschilderijen. Je zou kunnen denken dat hij met acrylverf heeft gewerkt. De druipers die je vooral op zijn schilderijen van groot formaat ziet, zijn dan ook ragfijne meanderende stroompjes. Ze zorgen voor een mooi diffuus effect dat deze ‘binnenruimten’ iets transparants en daarmee iets onwerkelijks meegeeft. Dat wordt benadrukt door het aparte kleurgebruik. Het lijkt voortdurend te ‘nachten’ in zijn werk.
Van Galen zoekt het voor zijn binnenruimten-thema dicht bij ‘huis’. Zijn schilderijen zijn stuk voor stuk verwerkingen van zijn atelier. De drie
grote formaten die in de galerieruimte hangen, hebben alledrie~ iets fotografisch, maar nooit in banale zin. Van Galen reconstrueert dit geraamte van zijn compositie met behulp van tape, een beetje te vergelijken met Mondriaans werkmethode. Zo ontstaan er scherp afgebakende sjabloonranden.
Opvallend is dat zijn aquarellen en kleinschaliger schilderijen in acryl veel abstracter zijn. Hierin wordt het fotografische effect van zijn grote schilderijen weer teniet gedaan doordat hij zich beperkt tot verticale en horizontale kleurstreken. Een trend die voorzichtig aan ook in zijn grote formaten zichtbaar wordt.

BEELDENDE KUNST • RECENSIE AART VAN DER KUYL

top

terug

‘Ieder schilderij heeft een eigen bloedsom loop’

,,AIs mensen me vragen wat ik schilder, antwoord ik meestal: denk aan een 17de-eeuws interieurschilderij, maar dan in andere kleuren en haal de liflafjes en de symboliek weg. Wel is er een soortgelijke ruimtelijkheid.” Dus, je zou kunnen denken aan een interieur van Pieter de Hooch, zo één waarin de aandacht van de toeschouwer vanuit een binnenhuis door de opeenstaande kamerdeur, door een achterkamer of hal en open voordeur naar de straat wordt geleid. De blik doorkruist de ruimtes op zoek naar het zonnigste gedeelte.
Alle schilderijen, aquarellen en zeefdrukken die Helmut van Galen (1955) in de SBK exposeert heten Binnen ruimte. Al hoef je die titels niet al te letterlijk te nemen. Van Galen: ,,Het zijn ritmes van horizontale en verticale lijnen in kleurvlakken. Ik schilder die binnenruimtes uit het hoofd - ze zijn niet nagetekend - en ik maak ze zonder hulpmiddelen van het perspectief. Alle diepte die er is, ontstaat door het schuiven met lagen; door vlakverdeling, kleurstelling en kleuraf-stemming. Het is door kleur dat het licht ontstaat.” Dus zie je kleurbanen en vlakken die veelal naast, door en over elkaar heen staan. Je ziet dat de verf (steeds acrylverf) met een nog natte onderlaag is gemengd of juist al schrapend en kierend over een reeds droog kleurvlak wordt aangebracht. Soms sluit een kleurvlak al het onderliggende hermetisch af. Van Galen: ,,Dan maakt het vlak zich los en gaat haaks tegen het ruimtelijke in. In het ene geval is dat juist goed. Zoiets wil ik per schilderij beoordelen. Ieder schilderij heeft een eigen karaktertje. Een eigen bloedsomloop.” ,,Na de academie maakte ik ‘archipaints’, een combinatie van architectonische elementen en schilderen. Het waren doeken met geglaceerde kleurvlakken, heel donker, met hier en daar een lijn om structuur en ruimtelijkheid te krijgen. Maar het werd zo kaal. Ik was alleen nog met formele dingen bezig. Het werk was introverter en dat stokte. Nu werk ik met veel kleur. Er zit meer swung in het werk Al blijft het werk monumentaal en moet het ‘staan als een huis’; er zit meer subtiliteit in. Het heeft geen scherpe randjes.” Verbaasd onderga je het kleurgevoel van Van Galen, en de manier waarop hij er ruimte en een bijna onberispelijk evenwicht mee teweegbrengt. Waarom eigenlijk bijt hij zich vast in een thema dat we niet letterlijk hoeven op te vatten? Van Galen: ,,Een onderwerp kies je om te voorkomen dat je werk alle kanten op schiet.

Haarlems Dagblad 22-2-01, Monica Aerden

top home