|
De serie
“Buitenruimte” ( 2002) verlegt en verbreedt de horizon naar het
landschap. Verstilde vergezichten in ‘gestapelde’ horizontale banen.
Kleur, licht en diepte geven de imaginaire landschappen hun eigen
karakter.
Hoewel de werken wel degelijk refereren aan landschappen, prefereer ik
de naam “Buitenruimte”. Het werk is niet geschilderd naar voorbeelden
uit de waarneming. Alle buitenruimten zijn imaginair. Alles wat nu – en
ooit – is waargenomen in de ‘buitenruimte’ wordt in het hoofd
afgebroken en tijdens het schilderen opnieuw opgebouwd. Datgene wat op
het linnen wordt ‘toegelaten’ vormt een specifiek en herkenbaar
‘landschap’.
De werken bestaan uit horizontale geledingen. Daarmee komt het accent
op het ‘panorama-kijken’. De horizontale ‘stapeling’ doorbreekt het
gebruik van de meer traditionele middelen om ruimte te scheppen. Door
het ritme van de ‘bandbreedte’, de kleursamenstelling en de suggestieve
details op de grens van de kleurvlakken balanceert het werk tussen een
‘platte stapeling’ en een suggestieve ruimte
|